Logo MV67
Mannen Van ´67
Het Jaartallenleven van Leuven - Immaterieel Cultureel Erfgoed Vlaanderen
Tijd tot ons 50e verjaardagsjaar

Nieuws Leden Foto's Sponsors Links Contact Verslagen Logo Archief
Het ontstaan en de betekenis van ons logo
"1967"

Dit is het jaar waarin we geboren werden, en dat is de enige vereiste is om lid te worden van de Vriendenkring “Mannen van ‘67”

Het jaar waarin Leuven in peis en vree leefde, gespaard van grote rampen, het overlijden van belangrijke inwoners en zonder markante gebeurtenissen die in het collectief geheugen gegrift zijn en als basis zouden kunnen dienen voor de creatie van ons logo.

Vrij snel groeide er bij de Vriendenkring een consensus dat bij het ontwerp van een logo voor de “Mannen van ’67” drie criteria zouden weerhouden worden:

  1. Er moest een verwijzing zijn naar een belangrijke gebeurtenis uit ons geboortejaar
  2. Er moest een verwijzing zijn naar een belangrijke gebeurtenis, een legende, standbeeld,gebouw of andere, uit de stad Leuven
  3. Er moest een slagzin op staan.

Vermits een zoektocht in de geschiedenis van Leuven niet direct de inspiratie opleverde voor het ontwerp van ons logo, richtten we onze blik op de wijdere wereld. Met de moderne hulpmiddelen die ons ter beschikking staan, werden een aantal thema’s en gebeurtenissen gevonden die potentieel voor ons logo konden gebruikt worden.

1967 was o.a. het jaar dat:

  • De Innovation in Brussel afbrandde, 325 slachtoffers  (22 mei)
  • Een tornado door Oostmalle raasde (25 juni)
  • René Magritte overleed (15 augustus)
  • Een tankwagen explodeert in Martelange, 21 doden (21 augustus)
  • Een rusthuis in  Itterbeek afbrandde, 21 doden (13 oktober)
  • De eerste zakrekenmachine werd gebouwd

Na veel vergaderen en op basis van verschillende ontwerpen, werd op 28 juli 2006 uiteindelijk gekozen voor een logo dat beantwoordde aan bovenvermelde criteria. Het logo werd vervolgens ontworpen door Lejon De Borger”:

  • Een pijp: Dit is een verwijzing naar René Magritte, die op 25 juni 1967 de pijp uitging en die naast een uitgebreid œuvre van meesterwerken, tevens in 1929 het beroemde schilderij: “La trahison des images” met de beroemde pijp schilderde.
  • Slagzin: “Deis ‘s gieen ‘67”, een Leuvense slagzin met een knipoog naar de tekst van bovenstaand schilderij van Magritte: “Ceci n’est pas une pipe”.
  • Verwijzing naar stad Leuven: “Fiere Margriet”
"Het Logo"
logo
Klein Logo
logo
Groot logo met rand
logo
Groot logo zonder rand
Lejon De Borger

Lejon De Borger Lejon De Borger is een veelzijdig kunstenaar die bezig is met grafiek, aquarel en andere teken- en schildertechnieken. Lejon kreeg de vermelding van de Stad Leuven in 1990. Twee jaar later won hij zelfs ‘voor eigen volk’ de ‘Kunstprijs van Oud-Heverlee’.

Bij hem thuis werden we echter getroffen door een massa cartoons en karikaturen. Blijkt dat Lejon niet alleen schildert, maar ook humor tekent. Meer nog, hij is hoofdredacteur van Kever-Info, het blad voor cartoonisten. "In de lagere school heb ik ooit voor strafwerk een tekening moeten maken. Misschien is op dat ogenblik die tekenvlam opgelaaid, want het was eerder een beloning dan een straf. Maar het zou duren tot mijn 38 lentes vooraleer ik als autodidact aan een eerste tentoonstelling deelnam."

Er is meer, Lejon De Borger werd ondertussen met zijn cartoons herhaalde malen geselecteerd in Warschau, Berlijn, Moskou en Knokke-Heist. Als men weet dat aan de cartoonwedstrijd te Knokke- Heist zo’n zestig landen deelnemen, mag men aannemen dat het om hoog internationaal niveau gaat. Van de 8.000 ingezonden cartoons worden er uiteindelijk zevenhonderd geselecteerd. Lejon nam al elfmaal deel en werd achtmaal geselecteerd.

"Mensen hebben nood aan humor. Als cartoonist weet men dat mensen dan gaan relativeren. Humor werkt bevrijdend. Via grafische humor kan men een boodschap meegeven ofwel inpikken op een bepaalde situatie, de actualiteit, politiek en noem maar op. De taal van de tekenpen is universeel. Een cartoon en een karikatuur hoeven geen tekst. Men kan mensen aan het lachen brengen, een opdracht die vanzelfsprekend voldoening geeft", aldus Lejon De Borger.

René Magritte

René Magritte

René Magritte werd geboren op 21 november 1898 te Lessen en overleed te Brussel op 15 augustus 1967. In België, was hij een belangrijke vertegenwoordiger van het surrealisme, die het grootste deel van zijn oeuvre uitmaakt. In de Esseghemstraat 135 te Brussel is er een museum dat aan hem wordt gewijd.

Een van de bekendste werken van Magritte is “La trahison des images” (1929, olieverfschilderij, Los Angeles, County Museum) met de geschilderde tekst “Ceci n’est pas une pipe” onder de afbeelding van een pijp.

Fiere Margriet

Fiere Margriet Het levensverhaal van Margareta van Leuven, beter gekend als "Fiere Margriet", dateert uit het eerste kwartaal van de 13de eeuw. Het werd omstreeks 1222 opgetekend door Caesarius, een monnik uit de Duitse cisterciënzerabdij te Heisterbach. Het staat te lezen in zijn Latijns boek Dialogen over wonderbare visioenen en mirakels, geschreven in opdracht van zijn abt en tot stichting van zijn kloostergemeenschap. Het bevat afzonderlijke verhalen die een of andere deugd illustreren. In het geval van Margareta : de eenvoud.

Het verhaal: Amandus, een Leuvens burger, beslist, samen met zijn vrouw, hun bezittingen te verkopen en in de abdij van Villers in te treden. In hun huis, de St.-Jorisherberg in de Muntstraat, werkt Margareta, een familielid. Op de vooravond van hun intrede krijgen ze nog mannen over de vloer die eten en overnachting vragen (zij wisten dat Amandus er financieel goed voor zat). Vermits op dat ogenblik geen drank in huis was, wordt Margareta uitgestuurd om wijn te halen. Ondertussen wordt Amandus beroofd en met zijn vrouw en de hele familie vermoord. Wanneer Margareta terugkeert, nemen de moordenaars haar mee buiten de stad waar zij (wellicht na een poging tot collectieve verkrachting) wordt gedood en in de Dijle wordt geworpen. Haar lichaam wordt enkele dagen later door vissers ontdekt en op de Dijle-oever begraven. Rond dit graf zien sommigen `s nachts licht branden. Het lijk wordt ontgraven, naar de stad gevoerd en in een kapel opgebaard. Mirakels blijven niet uit.

Vanaf de 15de eeuw werd het verslag flink bijgewerkt door de Brusselse Augustijnermonik Johannes Gielemans en werden er een hele rist “nieuwe elementen” toegevoegd die een bovennatuurlijk karakter gaven aan het Margareta-verhaal. Onder de toevoegingen: Het lichaam van Margareta wordt in de Dijle door vissen gedragen. Hendrik I, merkt met zijn echtgenote vanuit hun burcht het drijvende lichaam op. Ze zien engelen en horen hemels gezang; het lichaam drijft stroomopwaarts.

Vooral dat laatste 'wonder' werd bijzonder populair. Margareta`s lichaam dreef stadsinwaarts, zeer waarschijnlijk richting Vismarkt dat toen een kleine haven was. Aan de Oratoriënbrug in de Mechelsestraat waren sluizen die het waterdebiet regelden. Door het spel van die sluizen ontstond een 'tegenstroom'. Die verdween toen in 1880 de Dijle aan Craenendonck werd verlegd. Dit fenomeen werd beschouwd als één van de zeven wonderen van Leuven: het water gaat tegen de stroom in.

Het standbeeld van “Fiere Margriet” staat in de Tiensestraat

De Perstekst

Perstekst Logo Voorstelling